|












| |
Nederlandstalige secundaire literatuur
-
Julian
Barnes, Flauberts papegaai,
Arbeiderspers, Amsterdam, 1985 (vertaald door Else Hoog, oorspr. titel Flaubert’s
perrot, 1984)
-
Vargas
Llosa, De eeuwigdurende orgie
-
Henri
Troyat, Flaubert, Uitgeverij de
Prom, Baarn, 1989, vertaling Jean-Pierre Plooij.
-
Willem
Brakman, Het zwart uit de mond van
Madame Bovary, Querido, Amsterdam, 1974
-
J.A.G.
Tans, Een Nederlandse telg uit een
Frans geslacht, college gegeven aan reunisten van de vakgroep Franse
taal- en letterkunde van de Groningse Universiteit op 24 november 1979.
Bespreking van Brakman, Het zwart uit
de mond van Madame Bovary,en met name van de overeenkomst van de
hoofdpersonen met die van Madame
Bovary.
-
Hanneke
Mulder, Literatuur en reflexiviteit:
een realistisch perspectief, proefschrift Rijksuniversiteit Utrecht,
1992. Zie vooral hoofdstuk V, Flaubert:
ironische manipulatie van het cliché.
-
Hanneke
Mulder, Ironie als
interpretatiestrategie: het geval “Madame Bovary”,artikel in Het
Retorische antwoord, Grafiet, Utrecht, 1991
-
Robert
Baldick, Tafelen bij Magny,Arbeiderspers,
Amsterdam, 1973. Reconstructie van de gesprekken tijdens de diners bij
restuarant Magny in de periode 1862-1870. Disgenoten zijn o.a. Flaubert,
Toergenjev, Gautier, Sainte-Beuve, de broers Goncourt, Renan, Georges Sand
-
M.A.Wes,
Gustave Flaubert en zijn Salammbô:
meer dan historisch, AMBO, Baarn, 1992
| |



|